Bij bepaling van de noodzakelijke en vereiste veiligheids- en gezondheidssignalisatie borden, hanteert ESV de voorschriften en bepalingen zoals vastgelegd
· Europese Richtlijn 92/58/EEG “minimum voorschriften voor veiligheids- en gezondheidssignaleringen op het werk”,
· Arbobesluit artikel 8.4.
· Arbowet
· De ARBO Informatie bladen AI7 en AI14
· De NEN-6088 norm
· De NEN-3011 norm
· De NEN 1838 norm.
· Het bouwbesluit 2003.
Hier wil ESV u gelijk op een discrepantie wijzen. Op basis van de Europese Richtlijn moeten vluchtwegen aangegeven worden met een vluchtwegmarkering in de vorm van een deur, pijl en een vluchtend mannetje. Dit mannetje staat in deze richtlijn aangegeven in de vorm van zoals wij dat op de markt kennen als het “DIN” mannetje. Kenmerken: hoofd los van de romp en een bepaalde vluchtende houding. In de Nederlandse normen NEN 6088, NEN –3011 en de NEN 1838 staat er een mannetje met andere kenmerken afgebeeld. We spreken hier dan ook van het “Nederlandse” mannetje. Over het algemeen hanteren de Nederlandse Fabrikanten van noodverlichtingen het Nederlandse mannetje als uitvoering. De Nederlandse vereniging voor Veiligheidssignalisatie spreekt ook de voorkeur uit voor het Nederlandse “mannetje”. Mocht men willen afwijken dan heeft de NVVS het standpunt dat men binnen één gebouw of organisatie voor de herkenbaarheid geen verschillende symbolen mag toepassen. Hanteert men het Nederlandse mannetje op de vluchtwegarmaturen dan moet men dit ook op de borden hanteren.
