Deze norm handelt in hoofdzaak over de toepassing van elektrische noodverlichting armaturen. Daarnaast wordt er gesproken over de elektrisch aangeschenen vluchtwegmarkeringen. Toch wil ESV niet aan deze norm voorbij gaan. Veelal beroepen voorstanders van de toepassing van elektrische vluchtwegarmaturen zich op deze normen om alle vluchtwegsignalisatie in elektrisch aangeschenen vluchtwegarmaturen uit te voeren. Echter binnen de wet- en regelgeving c.q. normen bestaat er nergens deze verplichting. Er is sprake van voldoende ruimte om bij vluchtroutes binnen gebouwen te werken met fotoluminescente of langnaschijnende markeringen. Als er binnen een gebouw voldoende licht (dag of kunst) aanwezig is, kunnen deze laatstgenoemde materialen goed toegepast worden zonder dat hiermee de veiligheid in geding is. Op grond van artikel 8.11. lid 3 Arboregeling kunnen deze materialen toegestaan worden.
Deze norm zou gemakkelijk aanleiding kunnen geven om noodverlichtingsystemen te verwarren met vluchtwegmarkeringssystemen. Het kunnen beschikken over noodverlichting kan bij sommige gebouwen met een bepaalde bezettingsgraad een verplichting zijn (bouwbesluit 2003 afdeling 2.8 Verlichting). Hier is nog weer een onderscheidt te maken tussen bestaande gebouwen en nieuwbouw. Het wel of niet kunnen beschikken over een noodverlichtingsysteem is daarnaast afhankelijk van de gebruiksfunctie van het gebouw. Vaak is er, afhankelijk van de gebruiksfunctie en de bezettingsgraad, voor kleinere gebouwen geen noodverlichting verplicht.
Opmerking: Duidelijkheid over wat wettelijk toegestaan is vinden als ESV hier gepast. Er zijn natuurlijk altijd wel (commerciƫle) argumenten te verzinnen of aan te dragen waarom het ene systeem beter zou zijn dan het andere. Men kan hier denken in termen als goedkoper of veiliger. Wij vinden dat men in het algemeen bij vluchtwegmarkeringen de volgende regel kan en mag toepassen. De vluchtdeuren die toegang geven naar het buitenterrein moeten voorzien worden van een elektrisch aangeschenen vluchtwegarmatuur (de deur moet goed zichtbaar zijn). De benodigde vluchtwegmarkeringen (route) mogen gemarkeerd worden met hetzij elektrisch aangeschenen vluchtwegarmaturen of vluchtwegmarkeringen van langnaschijnende materialen. Uiteindelijk is een adequaat vluchtroutesysteem het streven.
Het is goed hier op te merken dat bij werkplekken of gebouwsituaties waar bij het uitvallen van de verlichting gevaarlijke situaties ontstaan er voorzien moet worden in noodverlichting. (Arbobesluit art. 3.9).